VICTIM
Berichten over verlies, veiligheid en hoe media erover spreekt

Media en verkeersveiligheid in de Lage Landen, hoe omroepen over dodelijke ongevallen vertellen

Lege spoorbaan in de avondschemering met laaghangende mist

Foto: Unsplash. Het beeld dat journaals het vaakst gebruiken bij berichten over verkeersleed, is dat van een opgeruimd plaats delict.

Tussen begin december 2025 en eind maart 2026 heb ik elke aflevering van VRT NWS Journaal, Eén-magazine "Vandaag", NOS Journaal en RTL Nieuws bekeken die ging over een dodelijk verkeersongeval. Dat zijn er meer geworden dan ik had verwacht. In totaal 142 nieuwsverhalen over 96 onderscheiden incidenten, verspreid over de vier omroepen, met regelmatige overlap. Voor elk verhaal heb ik genoteerd welke woorden werden gebruikt voor het slachtoffer, hoe lang het item duurde, of er ooggetuigen of nabestaanden aan het woord kwamen, en welk beeldmateriaal werd getoond.

Dit stuk is geen academisch onderzoek. Het is een journalistieke doorlichting, en zo zou het ook gelezen moeten worden. Een Vlaamse mediawetenschapper zou de meting strenger kunnen maken. Wat ik in dit kader wel kan, is patronen aanwijzen die opvielen, en daar voorzichtige vragen bij stellen.

De cijfers, kort

VRT NWS Journaal bracht in die vier maanden 41 items over dodelijke verkeersongevallen, met een gemiddelde duur van 1 minuut 18 seconden. NOS Journaal bracht er 38, gemiddelde duur 1 minuut 22 seconden. RTL Nieuws bracht er 36, gemiddelde duur 56 seconden. Het Eén-magazine "Vandaag" bracht er 27, gemiddelde duur 2 minuten 11 seconden, in lijn met zijn magazinekader.

Het meest opvallende cijfer is niet de totalen maar wat eronder zit. In 71 procent van de items werd het slachtoffer aangeduid met een algemeen beroep of een rol ("een fietser", "een vrachtwagenchauffeur", "een voetganger"). In 21 procent kreeg het slachtoffer een voornaam of een achternaam mee, soms aangevuld met een leeftijd. In de overige 8 procent was er geen identificerende informatie. Op die structurele keuze valt weinig op aan te merken. Het beschermt de nabestaanden tegen ongevraagde mediadruk, en het is consistent met de redactionele richtlijnen van de openbare omroepen aan beide kanten van de grens.

Het woord "ongeval"

Wat me wel verwonderde, is de hardnekkigheid van het woord "ongeval". In 134 van de 142 items werd dat woord gebruikt, vaak meerdere keren. "Verkeersongeval" of "ernstig ongeval" zijn de gangbare formules in elk van de vier journaals. Het is in Nederland al een jaar of vijf een onderwerp van discussie binnen de verkeersveiligheidsbeweging dat dat woord een suggestie van toeval inbouwt die niet altijd klopt. Wanneer een dronken bestuurder een fietser doodrijdt, is dat geen ongeval in de strikte betekenis van het woord. Het is een dodelijk gevolg van een keuze.

De Nederlandse organisatie Veilig Verkeer Nederland heeft daar in 2023 expliciet over geschreven en heeft journaalredacties opgeroepen om in dat soort gevallen "aanrijding" of "geweld in het verkeer" te gebruiken. In mijn meting bleek dat de NOS dat advies in twee items effectief gevolgd heeft. RTL Nieuws en de Vlaamse omroepen niet. De vraag of dat advies zinvol is, gaat dit stuk te buiten. Wat hier wel telt is dat redacties zich op dat punt verschillend gedragen, en dat die keuze waarschijnlijk impact heeft op hoe de kijker over schuld en toeval gaat denken.

Wie aan het woord komt

In 53 procent van de items kwam niemand aan het woord buiten de presentator en de verslaggever. In 22 procent werd een woordvoerder van de politie geciteerd. In 14 procent was er een interview met een omwonende of een ooggetuige. In slechts 4 procent kwam een nabestaande aan het woord, vrijwel altijd langer na het ongeval en in een follow-upbericht. In 7 procent werd een expert geciteerd, doorgaans een verkeersveiligheidsspecialist.

De cijfers liggen voor alle vier de omroepen ruwweg dichtbij elkaar, met één opmerkelijke uitschieter. In de Vlaamse Eén-magazinedekking lag het aandeel "ooggetuigen of omwonenden" op 31 procent, fors hoger dan in de drie journaals. Dat ligt voor de hand bij een magazineformat met meer ruimte, maar het stelt wel een redactionele vraag. Een verkeersongeval een lokaal verhaal noemen door een buurman te interviewen is een keuze met gevolgen. Het persoonliseert, en personalisatie verkoopt, maar het kan ook de structurele oorzaak van een onveilige weg in het zicht laten verdwijnen.

Beeldmateriaal

Bijna alle items eindigen op vergelijkbaar beeld. Een politiewagen met flikkerlichten, een wegafzetting met linten, een afgeleide rijweg, soms een berging in de verte. Stilstaand of traag bewegend cameragebruik. In ongeveer een op de zes items werd ook gebruikgemaakt van handcamera-amateurbeeld dat van een sociale-medianetwerk werd overgenomen, doorgaans met een vermelding van de bron en een waarschuwing voor schokkende beelden. De vier omroepen passen dezelfde redactionele lijn toe op dat punt en tonen geen lichamen en geen gewonde slachtoffers in beeld.

Het meest opmerkelijke beeldelement is wat ik bij geen enkel item ben tegengekomen. In het volledige corpus van 142 items, over vier maanden tijd, is er geen enkel item geweest waar de straat of de kruising waar het ongeval gebeurde, opnieuw werd getoond in een follow-up enkele weken later, om te laten zien wat er aan de infrastructuur is veranderd of niet veranderd. Het verhaal van een dodelijk ongeval is in de Vlaamse en Nederlandse journaalcultuur een verhaal van die ene dag, en wordt zelden opgevolgd. Het maakt van een ongeval een gebeurtenis in plaats van een symptoom.

Wat hieruit te onthouden valt

Een dodelijk verkeersongeval is voor een redactie een tijdsdruk-incident. De keuzes die in dat soort verhalen gemaakt worden, sluiten elkaar dichter af dan de kijker doorgaans beseft. De Lage Landen hebben een sterke traditie van publieke verkeersveiligheidscampagnes, een traditie waar ik in een aparte tekst verder op terugkom, en de manier waarop journaalredacties met verkeersleed omgaan staat niet los van die bredere context. Aan de andere kant valt op dat sommige van de patronen die ik hier beschrijf (het hardnekkige woord "ongeval", de afwezigheid van follow-up over infrastructuur, het hoge aandeel "geen externe stem in beeld") wel veranderen in nichesegmenten van het medialandschap. De true-crime- en awareness-documentaires die de laatste jaren op streaming opduiken, behandelen dezelfde dossiers met een heel andere narratieve grammatica. Dat patroon heb ik apart bekeken.

De doorlichting hierboven gaat over vier maanden en vier omroepen. Een grondiger studie zou minstens een vol kalenderjaar moeten omvatten, en ook regionale televisie en radio moeten meenemen. De kans is reëel dat een paar van de bovenstaande patronen daarmee verschuiven, en de kans is ook reëel dat een paar ervan blijken structureel te zijn. Voor wie meer wil meten, ben ik te bereiken via de overpagina.

Verder lezen